Een knuffel die je zelf hebt gehaakt, rondje voor rondje? Dat klinkt misschien als iets voor gevorderden. Toch is amigurumi voor beginners prima te doen. Met een handvol technieken en een beetje geduld haak je je eerste figuurtje sneller dan je denkt.
In deze gids nemen we je mee van de allereerste steek tot het moment dat je knuffel op de bank zit. We leggen de magische ring uit, laten zien hoe je in spiralen haakt en vertellen hoe je opvult zonder dat er wolkjes vulling tussen je steken door piepen.
Pak je haaknaald erbij, dan beginnen we.
Wat is amigurumi eigenlijk?
Amigurumi komt uit Japan en betekent zoiets als “gehaakte of gebreide knuffel”. Het gaat om kleine, vaak schattige figuurtjes: dieren, poppetjes, zelfs groenten met een gezichtje. Je haakt ze bijna altijd met vasten, in rondjes. Daarna vul je de onderdelen op en zet je alles aan elkaar.
Het mooie is dat je met maar een paar technieken heel veel kunt maken. Beheers je de basis, dan is de stap van een balletje naar een rode panda kleiner dan je denkt. Heb je nog nooit een haaknaald vastgehouden? Lees dan eerst onze blog haken voor beginners, en kom daarna hier terug.
Dit heb je nodig
- Katoengaren. Katoen laat je steken mooi zien en rafelt weinig. In de pakketten van Hoooked zit Eco Barbante katoengaren.
- Een haaknaald. Vaak een iets kleinere maat dan je normaal bij dat garen zou nemen. Zo worden je steken strak en blijft de vulling binnen.
- Een steekmarkeerder. Een gekleurd draadje of een paperclip werkt ook.
- Vulling. Bijvoorbeeld katoenvulling, daarover verderop meer.
- Een stopnaald (wolnaald met een stompe punt) om onderdelen aan elkaar te naaien.
- Een schaartje en een paar spelden.
Oogjes kun je borduren met een restje garen. Bij sommige pakketten, zoals Kitten Kyra en Pumpkin Boy, maak je de oogjes ook gewoon van garen.
De basis: magische ring en haken in spiralen
De magische ring
Bijna elk amigurumi-onderdeel begint met een magische ring. Het voordeel? Je kunt het midden helemaal dichttrekken, dus geen gaatje in de punt van een oortje of de bovenkant van een hoofd.
- Leg de draad in een lus om je vingers, met de staartdraad naar je toe.
- Steek je haaknaald onder de lus door, pak de werkdraad en haal hem door de lus.
- Haak één losse om alles vast te zetten. Deze losse telt niet mee.
- Haak nu het aantal vasten dat in je patroon staat, meestal zes, in de ring. Je haakt dus om de lus én de staartdraad heen.
- Trek aan de staartdraad. De ring sluit zich als een trekkoordje.
In spiralen haken met een steekmarkeerder
Bij amigurumi haak je meestal in spiralen. Je sluit een toer dus niet af met een halve vaste, maar haakt gewoon door in de volgende toer. Dat geeft een mooi naadloos resultaat. Het nadeel: je ziet niet meer waar een toer begint.
Daar is de steekmarkeerder voor. Zet hem in de eerste steek van elke toer en verplaats hem steeds als je weer langs komt. Zo weet je altijd waar je bent. Tellen blijft wel belangrijk: controleer aan het eind van elke toer of je aantal klopt.
Vorm geven: meerderen, minderen, opvullen en in elkaar zetten
Meerderen en minderen
Meerderen betekent twee vasten in één steek haken. Zo wordt je werk breder. Een balletje begint vaak zo: zes vasten in de ring, dan in elke steek meerderen (12), dan om de steek meerderen (18), dan na elke twee vasten meerderen (24). Elke toer komen er zes steken bij.
Minderen is het omgekeerde: je haakt twee steken samen tot één. Gebruik het liefst de onzichtbare mindering. Steek je naald door de voorste lus van de volgende steek en daarna door de voorste lus van de steek erna. Haal de draad door die twee voorste lussen en haal hem daarna door de twee lussen op je naald. Zo blijft je werk glad, zonder bultjes of gaatjes.
Opvullen: hoeveel en welke vulling?
Vul je figuurtje als de opening nog groot genoeg is om bij te komen, dus voordat je de laatste toeren mindert. Gebruik kleine plukjes en duw ze op hun plek met de achterkant van een potlood. Stevig vullen is goed, maar propvol niet: dan rekken je steken uit en schijnt de vulling erdoor.
En dan de kleur. Bij een lichte knuffel zie je niks van de vulling, maar bij donker garen kan lichte vulling tussen de steken door piepen. Kies daarom een vulling die qua tint dicht bij je garen ligt. De katoenvulling van Hoooked is er in drie kleuren: Cloud, Storm en Pearl. Je vindt ze alle drie bij ons: Hoooked Cloud vulling van 100% gerecycled katoen, Katoenvulling Storm and Katoenvulling Pearl. Werk je veel met lichte kleuren, dan is Cloud in een grote zak van 1 kg handig om op voorraad te hebben.
Onderdelen aan elkaar zetten
Laat bij elk onderdeel een lange draad hangen, zo’n 20 tot 30 centimeter. Speld oortjes, armpjes en pootjes eerst vast en bekijk het resultaat van een afstandje. Scheef oortje? Nu kun je het nog makkelijk verplaatsen. Naai daarna met je stopnaald steek voor steek vast, telkens door een steek van beide delen. Hecht de draad af door hem een paar keer kris kras door het lijfje te halen.
Veelgemaakte beginnersfouten
- De steekmarkeerder vergeten. Twee toeren later weet je echt niet meer waar je was.
- Te los haken. Zie je gaatjes tussen je steken? Neem een kleinere haaknaald.
- Niet tellen. Eén steek te veel of te weinig valt na een paar toeren op. Tel aan het eind van elke toer.
- De staartdraad van de magische ring niet afhechten. Dan kan de ring later weer opengaan.
- Te weinig vulling. Je knuffel zakt in elkaar. Vul liever stevig, en knijp even om te voelen.
- Direct vastnaaien. Eerst spelden, dan naaien. Dat scheelt een hoop uithalen.
Veelgestelde vragen over amigurumi
Kan ik amigurumi haken als complete beginner?
Ja, zeker als je de losse en de vaste al kent. Amigurumi bestaat grotendeels uit vasten in de rondte, met meerderen en minderen. Kies voor je eerste figuurtje een patroon met niveau makkelijk.
Welk garen is geschikt voor amigurumi?
Katoengaren met een strak steekbeeld werkt het fijnst. Haak wat steviger dan normaal, of kies een iets kleinere naald dan op de wikkel staat. Zo blijven je steken dicht en schemert de vulling niet door.
Hoeveel vulling heb ik nodig?
Dat hangt af van de grootte van je knuffel. Vul stevig, maar niet zo vol dat de steken uit elkaar gaan. Reken liever op een zakje te veel dan te weinig: een halfvolle knuffel zakt na een tijdje in.
Met welk pakket begin je?
Je eerste amigurumi wordt nooit perfect, en dat hoeft ook niet. Kies een pakket waarin alles al zit, dan kun je je helemaal richten op de technieken. Twee fijne opties:
- Red Panda Ling: een rode panda van ongeveer 17 centimeter, niveau makkelijk, met garen, haaknaald en patroon.
- Muis Monica: zittend ongeveer 17 centimeter, ook niveau makkelijk. Een beetje basiservaring met amigurumi is wel handig.
Meer over deze en andere nieuwe figuurtjes lees je in onze blog over de nieuwe amigurumi-collectie van Hoooked. Of bekijk meteen al onze amigurumi haakpakketten. Vergeet de vulling niet, zet een kop thee en geniet van dat ene magische moment: als je knuffel voor het eerst terugkijkt.
